Bijverdienen na pensioen wordt fiscaal aantrekkelijker vanaf 2027
Een nieuw fiscaal kader voor werkende gepensioneerden
Wie na het wettelijk pensioen nog actief wil blijven op de arbeidsmarkt, merkt vandaag al snel dat daar een stevige fiscale rem op staat. Het extra loon dat u als gepensioneerde verdient, wordt immers samen met uw pensioen belast in de personenbelasting. Daardoor komt u vaak sneller terecht in hogere progressieve belastingschijven, met een minder gunstig nett resultaat als gevolg.
Daar zou vanaf 1 januari 2027 verandering in komen. In het federale regeer- en zomerakkoord is immers een nieuw fiscaal regime aangekondigd dat werken na pensionering als werknemer aantrekkelijker moet maken.
Wel is voorzichtigheid geboden: het gaat voorlopig nog om een aangekondigde maatregel. De hervorming moet nog worden omgezet in regelgeving. De precieze praktische uitwerking — bijvoorbeeld voor payroll en belastingaangifte — zal dus afhangen van de definitieve wettekst.
Werken tijdens het pensioen: wat geldt vandaag?
Ook vandaag is werken tijdens het pensioen in België al mogelijk. De concrete voorwaarden hangen daarbij af van verschillende factoren, zoals uw leeftijd, uw loopbaan, het type pensioen en uw gezinssituatie.
Voor bepaalde gepensioneerden bestaat vandaag al de mogelijkheid om onbeperkt bij te verdienen met behoud van pensioen. Dat is onder meer het geval:
-
vanaf 1 januari van het jaar waarin u de wettelijke pensioenleeftijd bereikt; sinds 2025 is dat 66 jaar;
-
of wanneer u bij de start van uw pensioen 45 loopbaanjaren kunt bewijzen.
Wie niet aan die voorwaarden voldoet, moet nog steeds rekening houden met jaarlijkse grensbedragen. Bij overschrijding kunnen sancties volgen.
Wat verandert er vanaf 2027?
De aangekondigde hervorming voorziet dat de bezoldigingen van gepensioneerden die als werknemer actief blijven, vanaf 1 januari 2027 afzonderlijk zouden worden belast aan een vast tarief van 33%.
Dat is een belangrijk verschil met de huidige regeling. Vandaag worden pensioen en beroepsinkomsten doorgaans samengeteld, waardoor het bijkomend loon relatief zwaar kan worden belast. Onder het nieuwe systeem zou het loon dus niet langer automatisch in de gewone progressieve tarieven worden “meegesleurd”.
Daarbij is wel een belangrijke nuance voorzien: wanneer belasting volgens de gewone progressieve tarieven gunstiger zou zijn, blijft dat lagere regime behouden. Anders gezegd: wie vandaag al voordeliger belast wordt, zou door de hervorming niet slechter af zijn.
Waarom is dit relevant in de praktijk?
Voor veel gepensioneerden kan dit een merkbaar verschil maken in nettoloon. Vooral wie vandaag door het extra beroepsinkomen in een hogere belastingschijf terechtkomt, zou vanaf 2027 kunnen genieten van een meer voorspelbare en vaak gunstigere fiscale behandeling.
Ook voor werkgevers is dat relevant. Een duidelijker fiscaal kader kan de tewerkstelling van ervaren werknemers na pensioen aantrekkelijker maken, zowel in het kader van kennisoverdracht als om tijdelijke personeelstekorten op te vangen.
Belangrijke aandachtspunten
Hoewel de maatregel op het eerste gezicht eenvoudig lijkt, zijn er toch een aantal nuances waarmee rekening moet worden gehouden.
1. Niet iedereen valt automatisch onder het gunstregime
Volgens de aangekondigde regels zou het gunstregime in principe gelden voor wie de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt of 45 loopbaanjaren kan aantonen. Wie met vervroegd pensioen gaat zonder die 45 loopbaanjaren, zou dus mogelijk pas vanaf de wettelijke pensioenleeftijd van de regeling kunnen genieten.
2. De maatregel viseert enkel werknemers
Het aangekondigde regime is expliciet gericht op gepensioneerden die als werknemer actief blijven. Dat betekent dat deze regeling niet automatisch geldt voor wie als zelfstandige bijverdient. Voor zelfstandige inkomsten blijven dus andere fiscale en sociaalrechtelijke regels spelen.
3. Grensbedragen blijven belangrijk voor wie niet onbeperkt mag bijverdienen
Wie nog niet onder het systeem van onbeperkt bijverdienen valt, moet ook in de toekomst aandachtig blijven voor de toepasselijke inkomensgrenzen. Overschrijding daarvan kan nog steeds gevolgen hebben voor het pensioen.
4. Verder werken levert doorgaans geen extra pensioenrechten op
Een element dat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat verder werken tijdens het pensioen in principe geen bijkomende pensioenopbouw meer oplevert, behoudens uitzonderingen. Dat kan een belangrijke rol spelen in de afweging tussen vroeger of later met pensioen gaan.
Wat betekent dit concreet?
Als deze hervorming effectief wordt ingevoerd, zou werken na pensioen vanaf 1 januari 2027 fiscaal eenvoudiger en in veel gevallen ook aantrekkelijker worden voor wie als werknemer actief blijft. De afzonderlijke heffing van 33%, gecombineerd met het behoud van een lager tarief wanneer dat voordeliger is, kan voor heel wat gepensioneerden het verschil maken.
Wie plannen heeft om na pensionering te blijven werken, doet er goed aan om tijdig na te gaan:
-
of hij of zij onder het regime van onbeperkt bijverdienen valt;
-
of de activiteit zal worden uitgeoefend als werknemer dan wel als zelfstandige;
-
en of het strategisch zinvol is om het pensioen op dat moment al dan niet op te nemen, gelet op de impact op verdere pensioenopbouw.
De aangekondigde hervorming past duidelijk in een bredere tendens om langer werken fiscaal en economisch aantrekkelijker te maken. Voor gepensioneerden die graag actief blijven, kan dit vanaf 2027 een belangrijke stimulans vormen.
Toch blijft voorzichtigheid aangewezen zolang de maatregel nog niet definitief wettelijk is verankerd. De concrete uitwerking zal bepalend zijn voor de praktische toepassing.


