IT-sector krijgt opnieuw toegang tot fiscaal gunstregime voor auteursrechten
Softwareontwikkelaars herwinnen toegang tot fiscaal gunstregime
De federale regering zet de deur opnieuw open voor de toepassing van het fiscaal gunstregime voor auteursrechten binnen de IT-sector. Dat blijkt uit de toelichting van minister van Financiën Jan Jambon in de Kamercommissie Financiën, waar de parlementaire behandeling is gestart van een ruimer fiscaal hervormingspakket. Volgens De Tijd heeft de minister daarbij expliciet bevestigd dat softwareontwikkelaars opnieuw onder het regime kunnen vallen, ook wanneer de ontwikkelde software niet bestemd is voor een breed publiek.
Terugkeer na de beperking van 2023
Tot en met inkomstenjaar 2022 maakten heel wat IT-bedrijven gebruik van het fiscaal regime voor auteursrechten om softwareontwikkelaars deels te vergoeden via inkomsten uit auteursrechten. Die inkomsten konden onder bepaalde voorwaarden fiscaal gunstiger worden behandeld dan gewone beroepsinkomsten.
De hervorming van toenmalig minister van Financiën Vincent Van Peteghem, ingevoerd vanaf 2023, beperkte het toepassingsgebied echter aanzienlijk. In de praktijk leidde dit ertoe dat de IT-sector grotendeels buiten het regime viel. Vooral voor softwareontwikkelaars ontstond onzekerheid, onder meer omdat de fiscus en de rulingdienst het criterium van “mededeling aan het publiek” streng interpreteerden. Daardoor kwamen onder meer softwareprojecten voor intern gebruik of voor één specifieke klant moeilijk of niet langer in aanmerking.
Verduidelijking door minister Jambon
Minister Jambon heeft nu verduidelijkt dat de drie doeleinden waarvoor auteursrechten kunnen worden overgedragen of in licentie gegeven — mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of opvoering, en reproductie — niet cumulatief moeten worden gelezen. Het gaat volgens hem om drie afzonderlijke en gelijkwaardige toepassingsmogelijkheden.
Die verduidelijking is belangrijk. Ze betekent dat softwareontwikkelaars niet noodzakelijk moeten aantonen dat hun werk aan een breed publiek wordt meegedeeld. Ook software die wordt ontwikkeld voor intern gebruik, voor één klant of voor specifieke toepassingen — bijvoorbeeld binnen banken, energiebedrijven of defensieprojecten — kan opnieuw in aanmerking komen, voor zover uiteraard ook aan de overige wettelijke voorwaarden is voldaan.
Niet enkel klassieke IT-bedrijven
De heropening van het regime is niet beperkt tot ondernemingen die strikt tot de IT-sector behoren. Ook ondernemingen buiten de klassieke IT-sector die zelf software ontwikkelen, zoals banken, energiebedrijven of andere grote ondernemingen met interne ontwikkelteams, kunnen in beginsel opnieuw gebruikmaken van het regime voor hun softwareontwikkelaars.
Daarmee lijkt de regering de praktische realiteit te erkennen dat softwareontwikkeling vandaag in tal van sectoren een essentieel onderdeel vormt van de bedrijfsactiviteit.
Retroactieve toepassing vanaf 1 januari 2026
Volgens De Tijd zal de wetswijziging retroactief in werking treden vanaf 1 januari 2026. De budgettaire kostprijs wordt geraamd op ongeveer 133 miljoen euro per jaar op kruissnelheid.
Voor ondernemingen die softwareontwikkelaars tewerkstellen, is dit een belangrijk aandachtspunt. Indien de wetgeving effectief in deze zin wordt goedgekeurd, kan het aangewezen zijn om bestaande loonpakketten, IP-vergoedingen en rulingstrategieën opnieuw te evalueren.
Toch geen volledige terugkeer naar het oude regime
Belangrijk is wel dat de regering niet volledig terugkeert naar de situatie van vóór 2023. Zo zou de forfaitaire kostenaftrek worden afgeschaft voor wie niet over een kunstwerkattest beschikt.
Dat betekent dat het regime weliswaar opnieuw toegankelijker wordt voor softwareontwikkelaars, maar dat de fiscale optimalisatie mogelijk minder ruim zal zijn dan vóór de hervorming van 2023. De concrete impact zal afhangen van de definitieve wettekst, de administratieve commentaar en de houding van de rulingdienst.
Wat betekent dit concreet?
Voor ondernemingen met softwareontwikkelaars is dit een belangrijke ontwikkeling. Zij doen er goed aan om na te gaan:
- of hun softwareontwikkelaars auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s creëren;
- of er een correcte overdracht of licentie van rechten is voorzien;
- of de vergoeding contractueel en economisch voldoende onderbouwd is;
- of bestaande rulings of loonstructuren moeten worden herbekeken;
- of een nieuwe rulingaanvraag aangewezen is zodra de definitieve wetgeving duidelijk is.
De boodschap is dus positief, maar voorzichtigheid blijft geboden. Het regime voor auteursrechten blijft een fiscaal gevoelig thema, waarbij een correcte juridische en fiscale onderbouwing essentieel is.
Besluit
De aangekondigde wetswijziging betekent een belangrijke koerswijziging voor de IT-sector. Waar de hervorming van 2023 softwareontwikkelaars grotendeels uit het toepassingsgebied duwde, bevestigt minister Jambon nu dat de sector opnieuw toegang moet krijgen tot het fiscaal regime voor auteursrechten.
Voor IT-bedrijven én ondernemingen met interne softwareontwikkeling biedt dit nieuwe mogelijkheden. Tegelijk is het nog wachten op de definitieve wettekst en de concrete administratieve toepassing. Een grondige analyse van bestaande vergoedingsstructuren blijft dus noodzakelijk.
Bron: Dieter Dujardin, “Hele IT-sector krijgt weer toegang tot auteursrechten”, De Tijd, 20 mei 2026.


