Strijd om het bewijs: wie haalt het bij auteursrechten voor de rechter? Het Hof van Beroep Antwerpen schept duidelijkheid
In fiscale discussies over auteursrechten voor bedrijfsleiders aarzelt de administratie zelden om het conflict scherp te stellen. Vaak wordt de originaliteit van de werken betwist én wordt gesteld dat de volledige bewijslast bij de belastingplichtige ligt.
Maar hoe zit het nu écht met die bewijslast?
Het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 20 mei 2025, gewezen na verwijzing door het Hof van Cassatie, brengt eindelijk helderheid. In deze zaak stonden de auteursrechten van een advocaat centraal — en het arrest biedt belangrijke richtlijnen voor iedereen die het fiscaal gunstregime voor auteursrechten toepast.
1. De bewijslast van de administratie: geen vrijgeleide
Het Hof herhaalt een funditaal uitgangspunt:
wanneer een belastingplichtige een tijdige en regelmatige aangifte indient, moet de fiscus bewijzen dat die aangifte onjuist is.
Concreet betekent dit dat de administratie zelf moet aantonen dat:
-
inkomsten uit een cessieovereenkomst géén roerende inkomsten uit auteursrechten zijn,
-
maar wél beroepsinkomsten.
Pas wanneer de fiscus daarin slaagt, komt een herkwalificatie in beeld.
Originaliteit van advocatenteksten: principe bevestigd
Het Hof sluit zich bovendien uitdrukkelijk aan bij het Cassatie-arrest van 24 maart 2023.
Advocaten kunnen bij het opstellen van adviezen wél voldoende vrije en creatieve keuzes maken, ondanks de wettelijke en feitelijke contouren van hun dossiers.
Met verwijzing naar het bekende Infopaq-arrest van het Europees Hof van Justitie wordt bevestigd dat woordkeuze, tekststructuur en formulering kunnen leiden tot een intellectuele schepping.
Kortom: geschriften van advocaten komen principieel in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming.
2. De bewijslast van de belastingplichtige: een passieve houding is fataal
Tegelijk toont het arrest dat belastingplichtigen zelf hun verantwoordelijkheid moeten opnemen.
Het Hof was streng voor de betrokken advocaat, die:
-
enkel een concessieovereenkomst en een vaag lijstje met werken voorlegde,
-
en slechts een beperkte selectie van de werken indiende tijdens de procedure.
Door die beperkte medewerking bleven cruciale vragen onbeantwoord:
-
Waren de teksten volledig origineel?
-
Waren sommige delen gebaseerd op modeldocumenten?
-
Kon het daadwerkelijke auteurschap worden vastgesteld?
-
Was de vergoeding marktconform?
Het antwoord bleef telkens: onvoldoende bewezen.
3. Een duidelijke waarschuwing: zo werkt de bewijslastverdeling écht
Het Hof van Beroep maakt twee zaken kristalhelder:
Voor de administratie
De fiscus kan auteursrechten niet zomaar herkwalificeren.
Bij een correcte aangifte ligt de bewijslast bij de administratie.
Voor de belastingplichtige
Wie het gunstregime wil inroepen, moet volledig en proactief bewijs leveren — vanaf dag één.
Dat betekent onder meer:
-
elk werk afzonderlijk identificeren;
-
per werk aantonen welke creatieve keuzes gemaakt zijn;
-
niet enkel de concessieovereenkomst indienen, maar ook de werken zelf;
-
systematisch bewijs verzamelen en bewaren.
4. Besluit: voorbereiding is cruciaal
Het arrest van het Antwerpse Hof onderstreept hoe belangrijk een doordachte bewijsstrategie is.
Het fiscaal gunstregime kan bijzonder voordelig zijn, maar enkel wie zijn dossier zorgvuldig opbouwt, haalt het ook effectief voor de fiscus of de rechter.
Laat uw auteursrechtendossier geen risico lopen
Auteursrechten bieden mooie fiscale voordelen, maar alleen wanneer de bewijsvoering foutloos is opgebouwd.
Wil u zeker zijn dat uw structuur, documentatie en bewijsstandaarden standhouden bij een fiscale controle?
Wij begeleiden u graag bij het opstellen, optimaliseren en verdedigen van uw auteursrechtendossier.
Contacteer ons voor een snelle screening of een grondige audit.
Bescherm uw creatief werk én uw fiscale zekerheid — met een dossier dat klopt van A tot Z.


